Natuurgeneeskundig advies & Psychologie
Bon Sana
Lasertherapie
Bioresonantie
Auriculotherapie
Electro Acupunctuur
Reflexologie
Psychologie
Voeding
www.bonsana.nl
www.twitter.com/bonsana
Contact
Therapeut
Informatie
LinkedIn
Candida en de gevolgen….
Kanker is een ziekte die wereldwijd vele slachtoffers maakt. Er worden al jaren miljarden aan onderzoek
in gepompt, om te kijken naar wat de oorzaak is en, sterker nog, om deze te genezen. Tot nu toe met
bar weinig succes. De vraag rijst dan ook of er in de goede hoek gezocht wordt en of die miljarden
inmiddels niet gewoon weggegooid geld zijn.
De reguliere medische wetenschap beweert dat de ziekte erfelijk is, meestal behandeld moet worden
door chemotherapie (en/of bestraling) en als je je niet laat behandelen je binnen afzienbare tijd zult
overlijden….
Drs. Henk Trentelman, bij wie tien jaar geleden prostaatkanker werd geconstateerd en destijds het
advies kreeg om chemotherapie als behandelwijze te nemen. Daar hij reeds zijn broer, zus, vader en
moeder aan kanker had verloren (allen ondanks de chemotherapie) besloot hij op zoek te gaan naar de
alternatieven. Volgens eigen zeggen heeft hij een Italiaanse arts ontmoet die niet alleen de oorzaak
van kanker denkt gevonden te hebben, maar ook een passende genezing.
Zijn boek behandelt onder andere de verbanden tussen de psyche en kanker, milieu en kanker en
voeding en kanker. Echt een aanrader voor wie verder kijkt dan de reguliere wetenschappelijke neus
lang is.
Benieuwd wat candida, stress, immuunsysteem, darmflora met elkaar te maken hebben? Lees dan
verder:
‘Wie geneest, heeft gelijk!’
De hierna volgende beschouwingen zijn ontwikkeld door dr. Simoncini; hij is naast oncoloog, tevens
chirurg, endocrinoloog, diabetoloog, doctor in natuurkunde en filosofie en 20 jaar hoofd afdeling
oncologie geweest in een ziekenhuis in Rome. Zijn ervaring heeft aangetoond dat natriumbicarbonaat
(vanaf nu kortweg ‘bica’) de enige bekende stof is, die algemeen effectief is tegen neoplasmata; de
autonome groei van cellen of weefsels tot goed- of kwaadaardige gezwellen. De bewijsvoering
daarvoor werd verkregen via jarenlange ervaring met parenterale toediening, zijnde langs een ándere
weg dan via het darmkanaal, dus intraveneus (via een ader), arteriële port-a-cath (via een geëigende
slagader) dan wel via holtes rechtstreeks in het weefsel.
De theorie - en nu komen we op een uiterst discutabel terrein - waarbij vraagtekens moeten worden
geplaatst, behelst de opvatting dat een tumor wordt bepaald door een reproductieve celafwijking. Ipso
facto zijn dan ook de daarvan afgeleide theorieën niet langer houdbaar, te weten:
*
Het concept van auto-immuniteit: de vorming van antistoffen, tegen de eigen
lichaamsweefsels.
*
Een bij kanker geldende afwijking van de genetische structuur, die zorgt voor een
ontwikkeling in zelfvernietigende richting.
Voor de genetische theorie van kanker gelden twee basisstellingen, die de spil
vormen van dat denksysteem en van de oncologische bespiegelende
wijsbegeerte:
1.
De ongecontroleerde groei hangt af van een aantasting van de
groeimechanismen, die wordt veroorzaakt door een degeneratie, een falen van
de genen;
2.
De tumor is een massa cellen, die geneigd is steeds verder te groeien; een
overdreven celvermeerdering.
De oorzaak van deze gesuggereerde ongecontroleerde vermeerdering ligt - volgens de
huidige opvattingen - in een falen van enkele delen van het DNA; in het bijzonder van
degene, die bestemd zijn voor de productie van de moleculen, die nodig zijn voor de
celvermeerdering. Tot dusverre heeft echter niemand ooit het verband aangetoond
tussen overproductie van cellen en carcinogeniteit, tussen mutagenese en
kwaadaardige transformatie, tussen overproductieve effecten van cellen die in vitro
worden vastgesteld en tumoren, die aanwezig zijn in patiënten van vlees en bloed.
Kanker en genetica blijken echter niets met elkaar te maken te hebben; de relatie die er
echter wél ligt is de kwetsbaarheid van een specifiek orgaan en genetica. Dit lijkt een
woordenstrijd, doch schort uw oordeel nog even op.
Een mogelijke indeling van ziekten is de volgende:
*
Autogene ziekten: deze komen van binnenuit en omvatten alle energetische
evenwichtsverstoringen en insufficiënties, die voortkomen uit het individu;
mentaal, intellectueel, psychisch, spiritueel, voeding, genetisch en gestel.
*
Exogene ziekten: komen van buiten, hebben een externe herkomst en betreffen
de kwalen waar het organisme door getroffen wordt vanwege
omgevingsomstandigheden, ongevallen en infecties.
*
Gemengde ziekten: bevatten elementen van zowel de ene als de andere en
betreffen alle ziekte-entiteiten waarbij sprake is van een onderlinge
afhankelijkheid van de twee genoemde gebieden (met een bijzondere verwijzing
naar de interactie tussen persoonlijke elementen en infecties).
Om de gezondheidstoestand in een concrete situatie te verbeteren, om op het gebied
van research resultaten te boeken en om de huidige ziekte-entiteiten te bestrijden, dient
men tegelijkertijd op zowel holistisch als op allopatisch vlak op te treden, met behulp van
de wapens van een verstandig levensevenwicht en een verdediging tegen externe
aanvallen.
Alleen wanneer menselijkheid, klinische geneeskunde en proefnemingen met elkaar
verenigd blijven, kan de ondubbelzinnige interpretatiedynamiek verworven worden, die
nodig is om de complexe causale stappen van ziekten te onthullen, waarachter de
verschijnselen liggen die nu met de huidige statische onderzoeksmethoden ongrijpbaar
zijn.
Een wezenlijk fundament in dat onderzoek dient, zoals hiervoor reeds gememoreerd, de
microbiologie te zijn. Immers, het moge duidelijk zijn dat bij het fenomeen kanker de
hypothese dat de oorzaak daarvoor autogeen is (lees: ‘vanzelf plaatsvindend’) op zijn
minst als uiterst speculatief gekenschetst dient te worden! Immers, waaróm zou een
fysiologisch functionerend mechanisme opeens, uit het niets, een zelfvernietigend
proces gaan aanvangen in ongeacht welk anatomisch deel van het lichaam?
Dé grote vragen
1.
Waaróm tast kanker nooit de spieren aan?
2.
Waaróm nestelt het zich veelvuldig in reeds bestaande pathologische
omstandigheden, zoals een reeds actuele maagzweer, een cirrose, een polypose
etc?
3.
Waaróm leidt kanker zelden tot zeer hoge koorts (buiten de terminale fasen)?
En, minstens zo verbazingwekkend en tot nadenken stemmend:
4.
Waaróm wekt het bij de behandelend specialist - die toch uitgaat van de
gangbare oncologische visie dat het proces van binnen uit en autogeen ontstaan
was - geen grote verbazing, dat tijdens zo’n proces van zelfvernietiging in de
zeldzame gevallen van spontane genezing dit proces zich even plotseling in
omgekeerde richting kan voltrekken?
Het is dan ook veel logischer, en dat beeld zullen we trachten aan u over te dragen, dat
een tumor een ziekte is, die (a) wordt bepaald door een externe aanval, die (b) wordt
gestimuleerd door bepaalde organische omstandigheden (we komen daarop terug), die
(c) zich in de eerste plaats voornamelijk locaal ontwikkelt, maar (d) vervolgens het
organisme in zijn totaliteit kan aantasten tot aan uittering daarvan.
Een externe aanval (sub a) kan bij levende structuren afkomstig zijn van andere levende
structuren, hetgeen een infectie impliceert, waarvoor derhalve uitsluitend een verklaring
gevonden kan worden bij de microbiologie, zijnde het terrein van bacteriën, virussen en
schimmels. Binnen deze mogelijkheden is een schimmel de meeste logische, en wel
een variant die in bepaalde mate ziekteveroorzakend (pathogeen) is gebleken voor de
mens, te weten candida.
Let wel: de schimmel is niet als enige in staat om de incubatie, de verspreiding, het
verloop en de symptomatologie van kanker te verklaren. Ook enkele klinische aspecten
spelen hier een rol.
Bij een bacteriële infectie is er meestal sprake van een hoge mate van uitputting en
regressie in korte tijd en deze gaat gepaard met hoge koorts; het openbaart zich en
vindt plaats in een bepaald orgaan en binnen een precies tijdsbestek. De
ziekteverschijnselen van bacteriële oorsprong met een duidelijke neiging om chronisch
te worden behoren tot dat soort kiemen, die een hoog gehalte aan vetzuren in hun
structuur hebben.
Een virale infectie wordt gekenmerkt door een zodanige snelheid met een daaruit
voortvloeiende koorts, dat deze soms in een flits plaatsvindt vanwege de zeer kleine
afmetingen die een directe verspreiding mogelijk maken.
We haken in dit verband even in op een zeer recente analyse, vermeld in het
toonaangevende blad The Lancet, waarbij via verschillende onderzoeken werd
aangetoond dat hiv-positieve mensen op de lange duur een hogere kans hebben op een
aantal soorten kanker; hetzelfde geldt voor transplantatiepatiënten. Bij mensen met hiv
werd een verhoogd risico gevonden voor die typen kanker, die met name veroorzaakt
worden door virussen en bacteriën.
Enkele voorbeelden: baarmoederhalskanker en anale kanker, Hodgkin lymfoma en non-
Hodgkin lymfoma, leverkanker (hepatitis C) en maagkanker (Helicobacter pylori).
Tekenend hierbij is de kop in het NRC: ‘Uitzaaiing van kanker begint vaak met een
ontstekingsreactie’.
Het zijn dus géén ‘organismen’, doch cellulaire samengroeisels, die zich gedrágen als
een organisme, omdat elke cel onverminderd het vermogen tot overleving en
reproductie behoudt, ongeacht de structuur waarin deze zich bevindt.
Schimmels zijn afhankelijk van andere levende wezens (organen) door zich te voeden
met organisch afval (de nog gelukkige situatie, waarover straks meer) of door het
weefsel van de gastheer rechtstreeks aan te tasten.
De reproductiecyclus vindt plaats door middel van ééncellige of meercellige sporen,
onzichtbaar voor het huidige geneeskundige instrumentarium. Men ziet hier wellicht de
verklaring voor de door de chirurg/laborant geachte ‘schone snijvlakken’, terwijl achteraf
toch blijkt dat uitzaaiing reeds had plaatsgevonden.
Het polymorfisme van de schimmel geeft een dusdanige biologische flexibiliteit, dat dit
een onbeperkt aanpassingsvermogen geeft in het lichaam van de patiënt en daarmee
een onbeperkte pathogene (ziekteveroorzakende) potentie. Ze kunnen vanuit de
basisopbouw gespecialiseerde structuren ontwikkelen in de vorm van een ‘snavel’
waarmee het bindweefsel kan worden binnengedrongen. De door de schimmel
geproduceerde sporen zijn zeer goed bestand tegen externe aanvallen - denk hierbij
aan bv. chemo - en kunnen, indien de omgevingscondities er naar zijn, jarenlang
slapend blijven en daarbij onverminderd hun regeneratieve vermogen behouden.
Voor een goed begrip in relatie tot kanker nog het volgende. Schimmels zijn in staat om
wijzigingen in hun eigen metabolisme aan te brengen, teneinde de
weerstandmechanismen van de gastheer, in casu het immuunsysteem van de patiënt en
het bedreigde orgaan, te overwinnen. In bepaalde gevallen is het aanvallend vermogen
van schimmels dermate groot, dat een ring, bestaande uit slechts drie schimmelcellen,
een prooi, ondanks wanhopige pogingen tot verweer, in korte tijd kan omvatten,
opsluiten, doden en consumeren.
Schimmels
Alvorens verder te gaan zullen we, voor een beter begrip van onze redenering, dus eerst
wat aandacht dienen te besteden aan het fenomeen schimmel.
Schimmels voeden zich door directe absorptie van oplosbare organische verbindingen;
ze kunnen zowel ééncellig als ook meercellig zijn en ze hebben een duidelijke kern.
In relatie tot kanker is het essentieel te weten, dat ze over een uiterst markante
eigenschap beschikken, te weten dat ze een microscopische basisstructuur hebben
(hyfe) máár tegelijkertijd enorme afmetingen kunnen krijgen (kilo’s), waarbij (let wel) het
vermogen tot aanpassing en reproductie ongewijzigd blijft, ongeacht de reeds bereikte
grootte!
In wezen zijn schimmels een wezenlijk onderdeel van ons bestaan. Ze vormen de
opruimdienst in de gehele natuur en dragen er zorg voor, dat alle zieke en dode
organismen (denk aan bomen, appels etc.) keurig worden ‘weggegeten’ en dat ruimte
wordt behouden voor nieuw leven.
De voor mensen ziekteverwekkende schimmels zijn klein in aantal. Ze veroorzaken
ziekten, die mycosen worden genoemd en die kunnen worden onderverdeeld in
oppervlakkige mycosen (huid, beharing en nagels) en diepe mycosen (longen, darmen,
hersenen, botten e.d.).
De classificatie geschiedt in 10 groepen, waarvan er slechts één in aanmerking komt als
verantwoordelijk voor kanker, te weten candida. Candida komt - in kleine hoeveelheden
- bij ons allemaal voor, te weten in de mond, de vagina, in de darmen en op de huid.
Waar candida echter beslist niet mag voorkomen is in onze bloedbaan, want daar ligt de
basis voor de problematiek. Een belangrijke vraag, ter voorkoming daarvan, is derhalve
hoe candida in ons bloed terecht kan komen? Het antwoord op die vraag kan wellicht
mede verklaren waarom kanker steeds vaker bij ons blijkt voor te komen.
Onze darmflora - als essentiële darmbacteriën noem ik onder meer acidophilus,
bulgaricus en bifidum - is niet bestand tegen antibiotica. Veel artsen verzuimen helaas
om bij het voorschrijven van antibiotica probiotica te adviseren tijdens en na de kuur.
Het resultaat van dit verzuim is tweeërlei:
1.
Een chronisch tekort aan probiotica in ons maagdarmkanaal leidt tot een scala
aan gezondheidsproblemen; probiotica zijn bedoeld om het lichaam te helpen de
juiste gisthoeveelheden te behouden. Een bijkomend probleem is daarbij dan
nog, dat een met zorg gekozen en uitstekende voeding het gestelde doel niet
bereikt, omdat de darmflora niet aanwezig is om de benodigde stoffen uit die
voeding aan te reiken aan ons organisme, met als gevolg een achteruitgang van
ons zo belangrijke immuunsysteem.
2.
De candida daarentegen, die helaas wél bestand is tegen antibiotica, verkrijgt
door de antibiotica en het daarmee verdwijnen van de darmflora een dominante
positie.
Naast antibiotica zijn er nog andere oorzaken voor het optreden van die dominante
positie in onze spijsvertering, te weten langdurige stress, verkeerde eetgewoonten,
hormonale onbalans en het gebruik van de pil.
Tot dusverre nog geen problemen in relatie tot ons onderwerp kanker, zolang candida
zich maar binnen het maagdarmkanaal bevindt. Echter, op den duur kan candida
penetreren door het darmslijmvlies, veroorzaakt daarbij een grotere doorlaatbaarheid
van de darmwand, en maakt haar entree naar onze bloedbaan. Ook nu vooralsnog geen
probleem, zolang candida zich tevreden kan stellen met organische afvalstoffen!
U begrijpt waar ons betoog in uitmondt: zodra ergens in ons lichaam een orgaan door
externe omstandigheden kwetsbaar wordt (of als gevolg van genetische oorzaken
kwetsbaar is en door externe oorzaken wordt belaagd) beperkt de candida zich niet
meer tot het opruimen van afvalstoffen.
Alhoewel de hoofdfunctie van het bindweefsel van de organen ligt in de voorziening van
de orgaancellen met voedingsstoffen, vindt nu in het bindweefsel dus de strijd plaats
tussen enerzijds de cellulaire elementen van de het desbetreffende organisme en
anderzijds de schimmelcellen, die proberen om steeds grotere hoeveelheden
voedingsstoffen te absorberen (lees: de groei van de zgn. ‘tumor’) om het aangetaste
orgaan uiteindelijk volledig te consumeren en al doende plaats te maken voor de
cellulaire samengroeisels, die zich gedrágen als een organisme en daarmee de
specialist misleiden in zijn diagnose darmkanker, leverkanker etc.
Anders gesteld: principieel gezien bestaat er dus slechts één tumor!
Naast het gegeven, dat niet de kanker genetisch bepaald is, doch de kwetsbaarheid van
een specifiek orgaan (vergelijk families met een erfelijk risico op hartfalen, huidklachten,
maagklachten etc.) heeft bovendien recent onderzoek uitgewezen, dat genetisch
materiaal geenszins onveranderlijk vastligt. Het DNA heeft niet de leiding, doch reageert
door keuzes te maken, gebaseerd op onze perceptie van onze omgeving. Als bv. een
cel stress ondervindt, doch niet beschikt over het genetisch programma daarmee om te
gaan, dan kan die cel een reeds bestaand genetisch programma herschrijven; muteren
in het DNA derhalve!
Het tweeledige probleem
Het falende immuunsysteem en de externe invloeden. We kennen de factoren, die ons
immuunsysteem verzwakken en kunnen ondermijnen; ik noem er enkele:
*
Nooit ziek geweest, waardoor ons immuunsysteem rudimentair is geworden; ik
noem in dat verband hier het pleidooi van Rudolf Steiner om geen
koortsonderdrukkende middelen te gebruiken.
*
Operaties onder volledige narcose, waardoor ons immuunsysteem maandenlang
inactief is. Wie kent niet de voorbeelden van oude(re) mensen, die een operatie
met gunstig gevolg ondergaan, doch een maand later aan longontsteking
overlijden!
*
Langdurige stress.
*
Psychische traumata etc.
De externe invloeden:
Roken, asbest, bacteriën, virussen, chemische toevoegingen aan ons voedsel, kwaliteit
van ons drinkwater, uitlaatgassen etc.
Deze factoren, eventueel versterkt door genetische kwetsbaarheid, zetten een specifiek
orgaan onder druk, waarbij in de aanvankelijke fase het desbetreffende organisme nog
in staat is om RIJPE orgaancellen als afweer tegen de candida-invasie in stelling te
brengen en derhalve nog als een gedifferentieerde tumor te herkennen door de
specialist, die bv. een leverkanker diagnosticeert.
In de volgende fasen wordt het desbetreffende orgaanweefsel steeds onrijper en is
uiteindelijk niet meer als levercellen te herkennen. Anders gesteld: dezelfde candida kan
zowel als prostaatkanker als borstkanker worden gediagnosticeerd!
We kunnen dit langs een volkomen andere weg adstrueren: Zouden we DEZELFDE
stekel van een zee-egel eerst in de huid, daarna in de bronchiën, het bot en de
hersenen enten, dan wordt er een immuniteitsreactie van het desbetreffende
CELLULAIRE type opgewekt, die poogt om die stekel in te kapselen, oftewel een soort
cocon te vormen om deze in te sluiten.
Welnu, op precies dezelfde wijze benadert het immuunsysteem de candida als vreemd
lichaam, die ook hier een reactie van inkapseling oproept en wordt uitgevoerd met het
type cel van het binnengevallen weefsel – bv. van de lever, leidend tot de diagnose
leverkanker en geeft conform aanleiding om te spreken van bv. bot-, hersen- en
klierkanker.
Met andere woorden: dezelfde stekel of dezelfde schimmel kan dus zowel
klierkanker, als beenkanker als een glioblastoom veroorzaken!
Terug naar de hoofdlijn, waarbij het wellicht nuttig is een ogenblik stil te staan bij de
pathologische parallel in de ontwikkeling van kanker en candida. Is het inmiddels niet
logischer om te veronderstellen dat de parallel een understatement is, dat ze
samenvallen en dat ze kunnen worden aangemerkt als één en dezelfde ziekte?
Een overzicht van de analogieën tussen kanker en candida, gezien vanuit kenmerken
candida:
*
Een alomtegenwoordige verspreiding; geen orgaan of weefsel blijft gespaard
*
Constante afwezigheid van hoge koorts
*
Sporadische betrokkenheid van spieren en het zenuwstelsel
*
Een vrijwel exclusief focale vorm (vanuit een ‘haard’) van binnendringen
*
Progressieve verzwakking
*
Ongevoeligheid voor behandeling
*
Proliferatie, die wordt bevorderd door een veelvoud aan indifferente
medeoorzaken
*
Symptomatische basisconfiguratie met een structuur die geneigd is chronisch te
worden
*
Veelvuldige formatie van weefselmassa’s die in morfologisch opzicht lijken op
neoplastische massa’s.
Eén van de verklaringen waarom candida nog steeds niet wordt geaccepteerd in haar
relatie tot kanker ligt in de omstandigheid dat candida zich ook kan manifesteren in
uiterst kleine dimensies.
De schimmel is dermate klein, dat ze niet kan worden waargenomen met de
huidige onderzoeksinstrumenten in de reguliere geneeskunde. Dit resulteert met
betrekking tot oncologisch onderzoek in de alarmerende situatie, dat deze
schimmelcel een zeer hoog pathogeen (ziekte-verwekkend) vermogen combineert
met een uitzonderlijk kleine afmeting, niet gevonden wordt met de huidige
onderzoeksmethoden, desalniettemin vanuit klinisch opzicht niet kan worden
ontkend, doch zeer hardnekkig recidiveert in een onomkeerbare en chronische
richting.
Hoe verloopt namelijk dat proces?
Wanneer de candida bij de vitale mens wordt aangevallen door het immuunsysteem of
door een behandeling (lees: chemo/bestraling), dan beschermt de schimmel zich
onmiddellijk door te veranderen in steeds kleinere en ongedifferentieerde, doch nog
volledig vruchtbare, elementen; tot aan het verbergen van de eigen aanwezigheid toe,
zowel voor het organisme van de mens waarop hij parasiteert als voor diagnostische
onderzoeken. Dit verklaart, dat men na behandeling wordt gerustgesteld met de melding
dat het proces onder controle zou zijn. De oorzaak ligt in het uitzaaiingfenomeen van de
primaire kanker, dat zich onttrekt aan de waarneming van zowel de scan als het
laboratoriumonderzoek. Hetzelfde kan zich voordoen bij de beoordeling van de
snijvlakken bij een vermeende geslaagde operatie.
Wanneer er daarna gunstige omstandigheden voor verspreiding ontstaan, dan breidt de
candida zich bloeiend uit op een epitheel (een vitale oppervlakte van een orgaan), maar
zodra echter de weefselreactie op gang komt verandert de candida weer massaal in
sporen, zijnde de minder productieve, maar voor chemo onaantastbare vorm.
Indien echter in het bindweefsel, dat rechtstreeks in contact staat met de candida, de
specifieke structuren uiteen zijn gevallen, is de normaal aanwezige barrière tussen
epitheel en bindweefsel vernietigd en heeft candida vrij spel. Naarmate dan de
schimmelkoloniën sterker worden en het orgaanweefsel uitgeput raakt, worden die
orgaancellen steeds onrijper totdat er sprake is van anaplasie (cellen zónder structuur)
en dus niet meer als levercellen te herkennen.
Samenvattend: de candida maakt gebruik van een structurele onderlinge
verwisselbaarheid, die hij hanteert al naar gelang de aanwezige moeilijkheden in zijn
eigen biologische niche.
Volgens de klassieke reguliere benadering behelst uitzaaiing ‘het zich losmaken van
kwaadaardige cellen uit de primaire locatie van de kanker en het zich verplaatsen naar
een ander anatomisch gebied’.Volgens de microbiologie is er echter geen sprake van
een ‘dolgedraaide cel’ - conform het standpunt van de oncologie - maar van een
infectieuze schimmelcel, die erin geslaagd is een ander orgaan of weefsel te
koloniseren, waarbij de mogelijkheid tot dat koloniseren en de locatie(s) van de
metastase(n) afhangen van de gezondheidstoestand van die organen en weefsels.
Anders -en positief- gesteld:
*
Géén metastase, wanneer de andere organen, indien deze gezond (!) zijn,
beschikken over een hoog reactief vermogen.
*
Een metastase op die plaats waar een orgaan een verzwakte cel- of
weefselstructuur vertoont en méérvoudige metastasen op verschillende plaatsen
wanneer het gehele organisme aan het afsterven is en alle organen worden
aangevallen.
Uiteraard impliceert het bovenstaande dat, alhoewel operaties in bepaalde gevallen
onvermijdelijk zijn (gegeven de ernst bij de diagnose én als de zekerheid bestaat dat de
tumor vooralsnog ingekapseld is) elke operatie, chemo en bestraling, die een
bepaalde mate van schadelijkheid hebben voor het daarbij betrokken weefsel, uiterst
gevaarlijk kan zijn, omdat juist op deze manier de uitzaaiing kan worden bevorderd. Het
daardoor ontstane weefselletsel van het daarbij betrokken orgaan is nu immers
ontvankelijk voor de invasie van candida.
Graag wil ik nu het bovenstaande betoog eens projecteren op een op 10 oktober 2007
verschenen artikel in de Telegraaf. Ik citeer:
“Australische onderzoekers hebben een doorbraak gemaakt in hun onderzoek naar de
mysterieuze ziekte, die in de afgelopen 10 jaar 90 procent van de Tasmaanse
buidelduivels (vleesetend zoogdier) uitgeroeid heeft. Het gaat om een vorm van
gezichtskanker. Deze in Tasmanië levende buidelduivels geven de tumorcellen aan
elkaar door als ze elkaar bijten tijdens het vechten. Omdat de Tasmaanse duivels
genetisch heel erg gelijk zijn aan elkaar, herkent hun lichaam de tumorcellen niet als
vreemd. Wetenschappers zijn sinds het opduiken van de ziekte tien jaar geleden (!)
bezig de inmiddels bedreigde diersoort te redden”
De cursiveringen zijn van mij met als doel de relatie met ons betoog te kunnen
herkennen.
Niemand, zal ontkennen dat de Tasmaanse duivels genetisch aan elkaar verwant zijn.
Dat gegeven staat echter op geen enkele wijze in relatie tot een vermeende kanker. Het
spoort natuurlijk uiteraard wél met de reeds decennia geldende opvattingen in de
oncologie!
Hier blijkt maar weer eens uit wat de gevaren zijn van vermeende axioma’s (genetische
oorzaak voor kanker) en de daaruit voortvloeiende verspillingen in het wetenschappelijk
onderzoek. Dat onderzoek is beslist nuttig, doch het vereist een voortdurend kritisch
bezien en bijstellen van de aangenomen vertrekpunten.
Niet kanker kan erfelijk zijn, maar de kwetsbaarheid van een specifiek orgaan.
Wat hier aan de orde is, is de combinatie van bijten (letsel), de in de mond van de bijter
zich bevindende candida en de overdracht van de candida naar de wond van de
gebeten Tasmaanse duivel. De kracht van het immuunsysteem van de gebetene zal het
verdere verloop bepalen; de genetica heeft hiermee niets van doen!
De positieve boodschap
Wat biedt de substitutie van kanker door candida ons voor nieuwe perspectieven?
Zoals in het voorgaande aangegeven heeft candida het aanpassingsvermogen van een
kameleon en ze paart een uitzonderlijk kleine afmeting aan een uitzonderlijk hoog
pathogeen vermogen. Ze kan met de huidige geneeskundige onderzoeksinstrumenten
niet eens worden waargenomen.
Conclusie: een effectieve en gerichte therapie moet dus rekening houden met niet
alleen de macroscopische en statische verschijnselen van candida, maar tevens met de
ultramicroscopische, vooral voor wat betreft zijn reproductieve dynamiek. De weg via
chirurgie, bestraling en/of chemotherapie lijkt doelmatig, doch heeft als mogelijk
neveneffect dat uitsluitend de verbreiding van de schimmel wordt gestimuleerd, terwijl
die toch bij schimmelvormen van zichzelf al voldoende sterk is.
Een adequate behandeling daarentegen dient rekening te houden met zowel het belang
van het bindweefsel (dus niet beschadigen) als met de reproductieve complexiteit van
schimmels.
Dit impliceert een 2-sporenbeleid:
1) Het reactiveren van het immuunsysteem met generieke versterkende middelen
(voeding, supplementen, regulering van het levensritme en de levensfuncties,
aandacht voor psychische traumata), zodat de verdedigingsmechanismen van
het organisme op zich al op aspecifieke wijze krachtiger wordt.
2) Het toedienen van een zeer goed verspreidbaar en dus doeltreffend middel tegen
schimmel, daarbij de extreme gevoeligheid van schimmels voor zoutoplossingen
en elektrolytische oplossingen voor ogen hebbend, die vanwegen hun enorm grote
verspreidbaarheid in staat zijn om alle (!) biologische schimmeluitingen in het
lichaam te bereiken met inbegrip van de allerkleinste sporen.
Bron: H. Trentelman
Webdesign www.reedoolaard.nl
Disclaimer
info@bonsana.nl
Naar boven