Natuurgeneeskundig advies & Psychologie Bon Sana Lasertherapie Bioresonantie Auriculotherapie Electro Acupunctuur Reflexologie Psychologie Voeding www.bonsana.nl www.twitter.com/bonsana Contact Therapeut Informatie LinkedIn Candida en de gevolgen…. Kanker is een ziekte die wereldwijd vele slachtoffers maakt. Er worden al jaren miljarden aan onderzoek in gepompt, om te kijken naar wat de oorzaak is en, sterker nog, om deze te genezen. Tot nu toe met bar weinig succes. De vraag rijst dan ook of er in de goede hoek gezocht wordt en of die miljarden inmiddels niet gewoon weggegooid geld zijn. De reguliere medische wetenschap beweert dat de ziekte erfelijk is, meestal behandeld moet worden door chemotherapie (en/of bestraling) en als je je niet laat behandelen je binnen afzienbare tijd zult overlijden…. Drs. Henk Trentelman, bij wie tien jaar geleden prostaatkanker werd geconstateerd en destijds het advies kreeg om chemotherapie als behandelwijze te nemen. Daar hij reeds zijn broer, zus, vader en moeder aan kanker had verloren (allen ondanks de chemotherapie) besloot hij op zoek te gaan naar de alternatieven. Volgens eigen zeggen heeft hij een Italiaanse arts ontmoet die niet alleen de oorzaak van kanker denkt gevonden te hebben, maar ook een passende genezing. Zijn boek behandelt onder andere de verbanden tussen de psyche en kanker, milieu en kanker en voeding en kanker. Echt een aanrader voor wie verder kijkt dan de reguliere wetenschappelijke neus lang is. Benieuwd wat candida, stress, immuunsysteem, darmflora met elkaar te maken hebben? Lees dan verder: ‘Wie geneest, heeft gelijk!’ De hierna volgende beschouwingen zijn ontwikkeld door dr. Simoncini; hij is naast oncoloog, tevens chirurg, endocrinoloog, diabetoloog, doctor in natuurkunde en filosofie en 20 jaar hoofd afdeling oncologie geweest in een ziekenhuis in Rome. Zijn ervaring heeft aangetoond dat natriumbicarbonaat (vanaf nu kortweg ‘bica’) de enige bekende stof is, die algemeen effectief is tegen neoplasmata; de autonome groei van cellen of weefsels tot goed- of kwaadaardige gezwellen. De bewijsvoering daarvoor werd verkregen via jarenlange ervaring met parenterale toediening, zijnde langs een ándere weg dan via het darmkanaal, dus intraveneus (via een ader), arteriële port-a-cath (via een geëigende slagader) dan wel via holtes rechtstreeks in het weefsel. De theorie - en nu komen we op een uiterst discutabel terrein - waarbij vraagtekens moeten worden geplaatst, behelst de opvatting dat een tumor wordt bepaald door een reproductieve celafwijking. Ipso facto zijn dan ook de daarvan afgeleide theorieën niet langer houdbaar, te weten: * Het concept van auto-immuniteit: de vorming van antistoffen, tegen de eigen lichaamsweefsels. * Een bij kanker geldende afwijking van de genetische structuur, die zorgt voor een ontwikkeling in zelfvernietigende richting. Voor de genetische theorie van kanker gelden twee basisstellingen, die de spil vormen van dat denksysteem en van de oncologische bespiegelende wijsbegeerte: 1. De ongecontroleerde groei hangt af van een aantasting van de groeimechanismen, die wordt veroorzaakt door een degeneratie, een falen van de genen; 2. De tumor is een massa cellen, die geneigd is steeds verder te groeien; een overdreven celvermeerdering. De oorzaak van deze gesuggereerde ongecontroleerde vermeerdering ligt - volgens de huidige opvattingen - in een falen van enkele delen van het DNA; in het bijzonder van degene, die bestemd zijn voor de productie van de moleculen, die nodig zijn voor de celvermeerdering. Tot dusverre heeft echter niemand ooit het verband aangetoond tussen overproductie van cellen en carcinogeniteit, tussen mutagenese en kwaadaardige transformatie, tussen overproductieve effecten van cellen die in vitro worden vastgesteld en tumoren, die aanwezig zijn in patiënten van vlees en bloed. Kanker en genetica blijken echter niets met elkaar te maken te hebben; de relatie die er echter wél ligt is de kwetsbaarheid van een specifiek orgaan en genetica. Dit lijkt een woordenstrijd, doch schort uw oordeel nog even op. Een mogelijke indeling van ziekten is de volgende: * Autogene ziekten: deze komen van binnenuit en omvatten alle energetische evenwichtsverstoringen en insufficiënties, die voortkomen uit het individu; mentaal, intellectueel, psychisch, spiritueel, voeding, genetisch en gestel. * Exogene ziekten: komen van buiten, hebben een externe herkomst en betreffen de kwalen waar het organisme door getroffen wordt vanwege omgevingsomstandigheden, ongevallen en infecties. * Gemengde ziekten: bevatten elementen van zowel de ene als de andere en betreffen alle ziekte-entiteiten waarbij sprake is van een onderlinge afhankelijkheid van de twee genoemde gebieden (met een bijzondere verwijzing naar de interactie tussen persoonlijke elementen en infecties). Om de gezondheidstoestand in een concrete situatie te verbeteren, om op het gebied van research resultaten te boeken en om de huidige ziekte-entiteiten te bestrijden, dient men tegelijkertijd op zowel holistisch als op allopatisch vlak op te treden, met behulp van de wapens van een verstandig levensevenwicht en een verdediging tegen externe aanvallen. Alleen wanneer menselijkheid, klinische geneeskunde en proefnemingen met elkaar verenigd blijven, kan de ondubbelzinnige interpretatiedynamiek verworven worden, die nodig is om de complexe causale stappen van ziekten te onthullen, waarachter de verschijnselen liggen die nu met de huidige statische onderzoeksmethoden ongrijpbaar zijn. Een wezenlijk fundament in dat onderzoek dient, zoals hiervoor reeds gememoreerd, de microbiologie te zijn. Immers, het moge duidelijk zijn dat bij het fenomeen kanker de hypothese dat de oorzaak daarvoor autogeen is (lees: ‘vanzelf plaatsvindend’) op zijn minst als uiterst speculatief gekenschetst dient te worden! Immers, waaróm zou een fysiologisch functionerend mechanisme opeens, uit het niets, een zelfvernietigend proces gaan aanvangen in ongeacht welk anatomisch deel van het lichaam? Dé grote vragen 1. Waaróm tast kanker nooit de spieren aan? 2. Waaróm nestelt het zich veelvuldig in reeds bestaande pathologische omstandigheden, zoals een reeds actuele maagzweer, een cirrose, een polypose etc? 3. Waaróm leidt kanker zelden tot zeer hoge koorts (buiten de terminale fasen)? En, minstens zo verbazingwekkend en tot nadenken stemmend: 4. Waaróm wekt het bij de behandelend specialist - die toch uitgaat van de gangbare oncologische visie dat het proces van binnen uit en autogeen ontstaan was - geen grote verbazing, dat tijdens zo’n proces van zelfvernietiging in de zeldzame gevallen van spontane genezing dit proces zich even plotseling in omgekeerde richting kan voltrekken? Het is dan ook veel logischer, en dat beeld zullen we trachten aan u over te dragen, dat een tumor een ziekte is, die (a) wordt bepaald door een externe aanval, die (b) wordt gestimuleerd door bepaalde organische omstandigheden (we komen daarop terug), die (c) zich in de eerste plaats voornamelijk locaal ontwikkelt, maar (d) vervolgens het organisme in zijn totaliteit kan aantasten tot aan uittering daarvan. Een externe aanval (sub a) kan bij levende structuren afkomstig zijn van andere levende  structuren, hetgeen een infectie impliceert, waarvoor derhalve uitsluitend een verklaring gevonden kan worden bij de microbiologie, zijnde het terrein van bacteriën, virussen en schimmels. Binnen deze mogelijkheden is een schimmel de meeste logische, en wel een variant die in bepaalde mate ziekteveroorzakend (pathogeen) is gebleken voor de mens, te weten candida. Let wel: de schimmel is niet als enige in staat om de incubatie, de verspreiding, het verloop en de symptomatologie van kanker te verklaren. Ook enkele klinische aspecten spelen hier een rol. Bij een bacteriële infectie is er meestal sprake van een hoge mate van uitputting en regressie in korte tijd en deze gaat gepaard met hoge koorts; het openbaart zich en vindt plaats in een bepaald orgaan en binnen een precies tijdsbestek. De ziekteverschijnselen van bacteriële oorsprong met een duidelijke neiging om chronisch te worden behoren tot dat soort kiemen, die een hoog gehalte aan vetzuren in hun structuur hebben. Een virale infectie wordt gekenmerkt door een zodanige snelheid met een daaruit voortvloeiende koorts, dat deze soms in een flits plaatsvindt vanwege de zeer kleine afmetingen die een directe verspreiding mogelijk maken. We haken in dit verband even in op een zeer recente analyse, vermeld in het toonaangevende blad The Lancet, waarbij via verschillende onderzoeken werd aangetoond dat hiv-positieve mensen op de lange duur een hogere kans hebben op een aantal soorten kanker; hetzelfde geldt voor transplantatiepatiënten. Bij mensen met hiv werd een verhoogd risico gevonden voor die typen kanker, die met name veroorzaakt worden door virussen en bacteriën. Enkele voorbeelden: baarmoederhalskanker en anale kanker, Hodgkin lymfoma en non- Hodgkin lymfoma, leverkanker (hepatitis C) en maagkanker (Helicobacter pylori). Tekenend hierbij is de kop in het NRC: ‘Uitzaaiing van kanker begint vaak met een ontstekingsreactie’. Het zijn dus géén ‘organismen’, doch cellulaire samengroeisels, die zich gedrágen als een organisme, omdat elke cel onverminderd het vermogen tot overleving en reproductie behoudt, ongeacht de structuur waarin deze zich bevindt. Schimmels zijn afhankelijk van andere levende wezens (organen) door zich te voeden met organisch afval (de nog gelukkige situatie, waarover straks meer) of door het weefsel van de gastheer rechtstreeks aan te tasten. De reproductiecyclus vindt plaats door middel van ééncellige of meercellige sporen, onzichtbaar voor het huidige geneeskundige instrumentarium. Men ziet hier wellicht de verklaring voor de door de chirurg/laborant geachte ‘schone snijvlakken’, terwijl achteraf toch blijkt dat uitzaaiing reeds had plaatsgevonden. Het polymorfisme van de schimmel geeft een dusdanige biologische flexibiliteit, dat dit een onbeperkt aanpassingsvermogen geeft in het lichaam van de patiënt en daarmee een onbeperkte pathogene (ziekteveroorzakende) potentie. Ze kunnen vanuit de basisopbouw gespecialiseerde structuren ontwikkelen in de vorm van een ‘snavel’ waarmee het bindweefsel kan worden binnengedrongen. De door de schimmel geproduceerde sporen zijn zeer goed bestand tegen externe aanvallen - denk hierbij aan bv. chemo - en kunnen, indien de omgevingscondities er naar zijn, jarenlang slapend blijven en daarbij onverminderd hun regeneratieve vermogen behouden. Voor een goed begrip in relatie tot kanker nog het volgende. Schimmels zijn in staat om wijzigingen in hun eigen metabolisme aan te brengen, teneinde de weerstandmechanismen van de gastheer, in casu het immuunsysteem van de patiënt en het bedreigde orgaan, te overwinnen. In bepaalde gevallen is het aanvallend vermogen van schimmels dermate groot, dat een ring, bestaande uit slechts drie schimmelcellen, een prooi, ondanks wanhopige pogingen tot verweer, in korte tijd kan omvatten, opsluiten, doden en consumeren. Schimmels Alvorens verder te gaan zullen we, voor een beter begrip van onze redenering, dus eerst wat aandacht dienen te besteden aan het fenomeen schimmel. Schimmels voeden zich door directe absorptie van oplosbare organische verbindingen; ze kunnen zowel ééncellig als ook meercellig zijn en ze hebben een duidelijke kern. In relatie tot kanker is het essentieel te weten, dat ze over een uiterst markante eigenschap beschikken, te weten dat ze een microscopische basisstructuur hebben (hyfe) máár tegelijkertijd enorme afmetingen kunnen krijgen (kilo’s), waarbij (let wel) het vermogen tot aanpassing en reproductie ongewijzigd blijft, ongeacht de reeds bereikte grootte! In wezen zijn schimmels een wezenlijk onderdeel van ons bestaan. Ze vormen de opruimdienst in de gehele natuur en dragen er zorg voor, dat alle zieke en dode organismen (denk aan bomen, appels etc.) keurig worden ‘weggegeten’ en dat ruimte wordt behouden voor nieuw leven. De voor mensen ziekteverwekkende schimmels zijn klein in aantal. Ze veroorzaken ziekten, die mycosen worden genoemd en die kunnen worden onderverdeeld in oppervlakkige mycosen (huid, beharing en nagels) en diepe mycosen (longen, darmen, hersenen, botten e.d.). De classificatie geschiedt in 10 groepen, waarvan er slechts één in aanmerking komt als verantwoordelijk voor kanker, te weten candida. Candida komt - in kleine hoeveelheden - bij ons allemaal voor, te weten in de mond, de vagina, in de darmen en op de huid. Waar candida echter beslist niet mag voorkomen is in onze bloedbaan, want daar ligt de basis voor de problematiek. Een belangrijke vraag, ter voorkoming daarvan, is derhalve hoe candida in ons bloed terecht kan komen? Het antwoord op die vraag kan wellicht mede verklaren waarom kanker steeds vaker bij ons blijkt voor te komen. Onze darmflora - als essentiële darmbacteriën noem ik onder meer acidophilus, bulgaricus en bifidum - is niet bestand tegen antibiotica. Veel artsen verzuimen helaas om bij het voorschrijven van antibiotica probiotica te adviseren tijdens en na de kuur. Het resultaat van dit verzuim is tweeërlei: 1. Een chronisch tekort aan probiotica in ons maagdarmkanaal leidt tot een scala aan gezondheidsproblemen; probiotica zijn bedoeld om het lichaam te helpen de juiste gisthoeveelheden te behouden. Een bijkomend probleem is daarbij dan nog, dat een met zorg gekozen en uitstekende voeding het gestelde doel niet bereikt, omdat de darmflora niet aanwezig is om de benodigde stoffen uit die voeding aan te reiken aan ons organisme, met als gevolg een achteruitgang van ons zo belangrijke immuunsysteem. 2. De candida daarentegen, die helaas wél bestand is tegen antibiotica, verkrijgt door de antibiotica en het daarmee verdwijnen van de darmflora een dominante positie. Naast antibiotica zijn er nog andere oorzaken voor het optreden van die dominante positie in onze spijsvertering, te weten langdurige stress, verkeerde eetgewoonten, hormonale onbalans en het gebruik van de pil. Tot dusverre nog geen problemen in relatie tot ons onderwerp kanker, zolang candida zich maar binnen het maagdarmkanaal bevindt. Echter, op den duur kan candida penetreren door het darmslijmvlies, veroorzaakt daarbij een grotere doorlaatbaarheid van de darmwand, en maakt haar entree naar onze bloedbaan. Ook nu vooralsnog geen probleem, zolang candida zich tevreden kan stellen met organische afvalstoffen! U begrijpt waar ons betoog in uitmondt: zodra ergens in ons lichaam een orgaan door externe omstandigheden kwetsbaar wordt (of als gevolg van genetische oorzaken kwetsbaar is en door externe oorzaken wordt belaagd) beperkt de candida zich niet meer tot het opruimen van afvalstoffen. Alhoewel de hoofdfunctie van het bindweefsel van de organen ligt in de voorziening van de orgaancellen met voedingsstoffen, vindt nu in het bindweefsel dus de strijd plaats tussen enerzijds de cellulaire elementen van de het desbetreffende organisme en anderzijds de schimmelcellen, die proberen om steeds grotere hoeveelheden voedingsstoffen te absorberen (lees: de groei van de zgn. ‘tumor’) om het aangetaste orgaan uiteindelijk volledig te consumeren en al doende plaats te maken voor de cellulaire samengroeisels, die zich gedrágen als een organisme en daarmee de specialist misleiden in zijn diagnose darmkanker, leverkanker etc. Anders gesteld: principieel gezien bestaat er dus slechts één tumor! Naast het gegeven, dat niet de kanker genetisch bepaald is, doch de kwetsbaarheid van een specifiek orgaan (vergelijk families met een erfelijk risico op hartfalen, huidklachten, maagklachten etc.) heeft bovendien recent onderzoek uitgewezen, dat genetisch materiaal geenszins onveranderlijk vastligt. Het DNA heeft niet de leiding, doch reageert door keuzes te maken, gebaseerd op onze perceptie van onze omgeving. Als bv. een cel stress ondervindt, doch niet beschikt over het genetisch programma daarmee om te gaan, dan kan die cel een reeds bestaand genetisch programma herschrijven; muteren in het DNA derhalve! Het tweeledige probleem Het falende immuunsysteem en de externe invloeden. We kennen de factoren, die ons immuunsysteem verzwakken en kunnen ondermijnen; ik noem er enkele: * Nooit ziek geweest, waardoor ons immuunsysteem rudimentair is geworden; ik noem in dat verband hier het pleidooi van Rudolf Steiner om geen koortsonderdrukkende middelen te gebruiken. * Operaties onder volledige narcose, waardoor ons immuunsysteem maandenlang inactief is. Wie kent niet de voorbeelden van oude(re) mensen, die een operatie met gunstig gevolg ondergaan, doch een maand later aan longontsteking overlijden! * Langdurige stress. * Psychische traumata etc. De externe invloeden: Roken, asbest, bacteriën, virussen, chemische toevoegingen aan ons voedsel, kwaliteit van ons drinkwater, uitlaatgassen etc. Deze factoren, eventueel versterkt door genetische kwetsbaarheid, zetten een specifiek orgaan onder druk, waarbij in de aanvankelijke fase het desbetreffende organisme nog in staat is om RIJPE orgaancellen als afweer tegen de candida-invasie in stelling te brengen en derhalve nog als een gedifferentieerde tumor te herkennen door de specialist, die bv. een leverkanker diagnosticeert. In de volgende fasen wordt het desbetreffende orgaanweefsel steeds onrijper en is uiteindelijk niet meer als levercellen te herkennen. Anders gesteld: dezelfde candida kan zowel als prostaatkanker als borstkanker worden gediagnosticeerd! We kunnen dit langs een volkomen andere weg adstrueren: Zouden we DEZELFDE stekel van een zee-egel eerst in de huid, daarna in de bronchiën, het bot en de hersenen enten, dan wordt er een immuniteitsreactie van het desbetreffende CELLULAIRE type opgewekt, die poogt om die stekel in te kapselen, oftewel een soort cocon te vormen om deze in te sluiten. Welnu, op precies dezelfde wijze benadert het immuunsysteem de candida als vreemd lichaam, die ook hier een reactie van inkapseling oproept en wordt uitgevoerd met het type cel van het binnengevallen weefsel – bv. van de lever, leidend tot de diagnose leverkanker en geeft conform aanleiding om te spreken van bv. bot-, hersen- en klierkanker. Met andere woorden: dezelfde stekel of dezelfde schimmel kan dus zowel klierkanker, als beenkanker als een glioblastoom veroorzaken! Terug naar de hoofdlijn, waarbij het wellicht nuttig is een ogenblik stil te staan bij de pathologische parallel in de ontwikkeling van kanker en candida. Is het inmiddels niet logischer om te veronderstellen dat de parallel een understatement is, dat ze samenvallen en dat ze kunnen worden aangemerkt als één en dezelfde ziekte? Een overzicht van de analogieën tussen kanker en candida, gezien vanuit kenmerken candida: * Een alomtegenwoordige verspreiding; geen orgaan of weefsel blijft gespaard * Constante afwezigheid van hoge koorts * Sporadische betrokkenheid van spieren en het zenuwstelsel * Een vrijwel exclusief focale vorm (vanuit een ‘haard’) van binnendringen * Progressieve verzwakking * Ongevoeligheid voor behandeling * Proliferatie, die wordt bevorderd door een veelvoud aan indifferente medeoorzaken * Symptomatische basisconfiguratie met een structuur die geneigd is chronisch te worden * Veelvuldige formatie van weefselmassa’s die in morfologisch opzicht lijken op neoplastische massa’s. Eén van de verklaringen waarom candida nog steeds niet wordt geaccepteerd in haar relatie tot kanker ligt in de omstandigheid dat candida zich ook kan manifesteren in uiterst kleine dimensies. De schimmel is dermate klein, dat ze niet kan worden waargenomen met de huidige onderzoeksinstrumenten in de reguliere geneeskunde. Dit resulteert met betrekking tot oncologisch onderzoek in de alarmerende situatie, dat deze schimmelcel een zeer hoog pathogeen (ziekte-verwekkend) vermogen combineert met een uitzonderlijk kleine afmeting, niet gevonden wordt met de huidige onderzoeksmethoden, desalniettemin vanuit klinisch opzicht niet kan worden ontkend, doch zeer hardnekkig recidiveert in een onomkeerbare en chronische richting. Hoe verloopt namelijk dat proces? Wanneer de candida bij de vitale mens wordt aangevallen door het immuunsysteem of door een behandeling (lees: chemo/bestraling), dan beschermt de schimmel zich onmiddellijk door te veranderen in steeds kleinere en ongedifferentieerde, doch nog volledig vruchtbare, elementen; tot aan het verbergen van de eigen aanwezigheid toe, zowel voor het organisme van de mens waarop hij parasiteert als voor diagnostische onderzoeken. Dit verklaart, dat men na behandeling wordt gerustgesteld met de melding dat het proces onder controle zou zijn. De oorzaak ligt in het uitzaaiingfenomeen van de primaire kanker, dat zich onttrekt aan de waarneming van zowel de scan als het laboratoriumonderzoek. Hetzelfde kan zich voordoen bij de beoordeling van de snijvlakken bij een vermeende geslaagde operatie. Wanneer er daarna gunstige omstandigheden voor verspreiding ontstaan, dan breidt de candida zich bloeiend uit op een epitheel (een vitale oppervlakte van een orgaan), maar zodra echter de weefselreactie op gang komt verandert de candida weer massaal in sporen, zijnde de minder productieve, maar voor chemo onaantastbare vorm. Indien echter in het bindweefsel, dat rechtstreeks in contact staat met de candida, de specifieke structuren uiteen zijn gevallen, is de normaal aanwezige barrière tussen epitheel en bindweefsel vernietigd en heeft candida vrij spel. Naarmate dan de schimmelkoloniën sterker worden en het orgaanweefsel uitgeput raakt, worden die orgaancellen steeds onrijper totdat er sprake is van anaplasie (cellen zónder structuur) en dus niet meer als levercellen te herkennen. Samenvattend: de candida maakt gebruik van een structurele onderlinge verwisselbaarheid, die hij hanteert al naar gelang de aanwezige moeilijkheden in zijn eigen biologische niche. Volgens de klassieke reguliere benadering behelst uitzaaiing ‘het zich losmaken van kwaadaardige cellen uit de primaire locatie van de kanker en het zich verplaatsen naar een ander anatomisch gebied’.Volgens de microbiologie is er echter geen sprake van een ‘dolgedraaide cel’ - conform het standpunt van de oncologie - maar van een infectieuze schimmelcel, die erin geslaagd is een ander orgaan of weefsel te koloniseren, waarbij de mogelijkheid tot dat koloniseren en de locatie(s) van de metastase(n) afhangen van de gezondheidstoestand van die organen en weefsels. Anders -en positief- gesteld: * Géén metastase, wanneer de andere organen, indien deze gezond (!) zijn, beschikken over een hoog reactief vermogen. * Een metastase op die plaats waar een orgaan een verzwakte cel- of weefselstructuur vertoont en méérvoudige metastasen op verschillende plaatsen wanneer het gehele organisme aan het afsterven is en alle organen worden aangevallen. Uiteraard impliceert het bovenstaande dat, alhoewel operaties in bepaalde gevallen onvermijdelijk zijn (gegeven de ernst bij de diagnose én als de zekerheid bestaat dat de tumor vooralsnog ingekapseld is) elke operatie, chemo en bestraling, die een bepaalde mate van schadelijkheid hebben voor het daarbij betrokken weefsel, uiterst gevaarlijk kan zijn, omdat juist op deze manier de uitzaaiing kan worden bevorderd. Het daardoor ontstane weefselletsel van het daarbij betrokken orgaan is nu immers ontvankelijk voor de invasie van candida. Graag wil ik nu het bovenstaande betoog eens projecteren op een op 10 oktober 2007 verschenen artikel in de Telegraaf. Ik citeer: “Australische onderzoekers hebben een doorbraak gemaakt in hun onderzoek naar de mysterieuze ziekte, die in de afgelopen 10 jaar 90 procent van de Tasmaanse buidelduivels (vleesetend zoogdier) uitgeroeid heeft. Het gaat om een vorm van gezichtskanker. Deze in Tasmanië levende buidelduivels geven de tumorcellen aan elkaar door als ze elkaar bijten tijdens het vechten. Omdat de Tasmaanse duivels genetisch heel erg gelijk zijn aan elkaar, herkent hun lichaam de tumorcellen niet als vreemd. Wetenschappers zijn sinds het opduiken van de ziekte tien jaar geleden (!) bezig de inmiddels bedreigde diersoort te redden” De cursiveringen zijn van mij met als doel de relatie met ons betoog te kunnen herkennen. Niemand, zal ontkennen dat de Tasmaanse duivels genetisch aan elkaar verwant zijn. Dat gegeven staat echter op geen enkele wijze in relatie tot een vermeende kanker. Het spoort natuurlijk uiteraard wél met de reeds decennia geldende opvattingen in de oncologie! Hier blijkt maar weer eens uit wat de gevaren zijn van vermeende axioma’s (genetische oorzaak voor kanker) en de daaruit voortvloeiende verspillingen in het wetenschappelijk onderzoek. Dat onderzoek is beslist nuttig, doch het vereist een voortdurend kritisch bezien en bijstellen van de aangenomen vertrekpunten. Niet kanker kan erfelijk zijn, maar de kwetsbaarheid van een specifiek orgaan. Wat hier aan de orde is, is de combinatie van bijten (letsel), de in de mond van de bijter zich bevindende candida en de overdracht van de candida naar de wond van de gebeten Tasmaanse duivel. De kracht van het immuunsysteem van de gebetene zal het verdere verloop bepalen; de genetica heeft hiermee niets van doen! De positieve boodschap Wat biedt de substitutie van kanker door candida ons voor nieuwe perspectieven? Zoals in het voorgaande aangegeven heeft candida het aanpassingsvermogen van een kameleon en ze paart een uitzonderlijk kleine afmeting aan een uitzonderlijk hoog pathogeen vermogen. Ze kan met de huidige geneeskundige onderzoeksinstrumenten niet eens worden waargenomen. Conclusie: een effectieve en gerichte therapie moet dus rekening houden met niet alleen de macroscopische en statische verschijnselen van candida, maar tevens met de ultramicroscopische, vooral voor wat betreft zijn reproductieve dynamiek. De weg via chirurgie, bestraling en/of chemotherapie lijkt doelmatig, doch heeft als mogelijk neveneffect dat uitsluitend de verbreiding van de schimmel wordt gestimuleerd, terwijl die toch bij schimmelvormen van zichzelf al voldoende sterk is. Een adequate behandeling daarentegen dient rekening te houden met zowel het belang van het bindweefsel (dus niet beschadigen) als met de reproductieve complexiteit van schimmels. Dit impliceert een 2-sporenbeleid: 1) Het reactiveren van het immuunsysteem met generieke versterkende middelen (voeding, supplementen, regulering van het levensritme en de levensfuncties, aandacht voor psychische traumata), zodat de verdedigingsmechanismen van het organisme op zich al op aspecifieke wijze krachtiger wordt. 2) Het toedienen van een zeer goed verspreidbaar en dus doeltreffend middel tegen schimmel, daarbij de extreme gevoeligheid van schimmels voor zoutoplossingen en elektrolytische oplossingen voor ogen hebbend, die vanwegen hun enorm grote verspreidbaarheid in staat zijn om alle (!) biologische schimmeluitingen in het lichaam te bereiken met inbegrip van de allerkleinste sporen. Bron: H. Trentelman    Webdesign www.reedoolaard.nl Disclaimer info@bonsana.nl Naar boven